Dag 14 - Yogyakarta: Waterpaleis Taman Sari en streetfood op Alun Alun Kidul
dag 14
Yogyakarta: Waterpaleis Taman Sari en streetfood op Alun Alun Kidul
Vandaag stond in het teken van rust en genieten. Iedereen mocht op zijn eigen tempo wakker worden. Ik dook al vroeg het zwembad in met mijn boek, terwijl Noah nog lekker uitsliep en Bram bij hem bleef op de kamer. Rond 10u30 kwamen ze ook naar het zwembad, net toen de kamer werd gepoetst, wat een luxe trouwens, elke dag een frisse kamer.
Ondertussen werkte ik nog wat verder: ik schreef een blog voor onze site (de leukste spelletjes om mee te nemen op reis) en verstuurde ook een nieuwsbrief voor de kerstshoots van Pure Life Fotografie. Noah keek tussendoor wat filmpjes op YouTube, en Bram zorgde voor ons ontbijt en lunch.
Het fotogenieke Waterpaleis
Na het eten sprongen we nog even in het zwembad en vertrokken daarna met een Gojek naar het Waterpaleis, Taman Sari. Dit paleis werd in de 18de eeuw gebouwd in opdracht van de Sultan van Yogyakarta en diende vroeger als luxueuze plek voor ontspanning, baden en meditatie. Het complex bestond ooit uit waterpartijen, geheime doorgangen en tuinen. Een groot deel is inmiddels verdwenen, maar wat er nog staat, geeft een prachtig beeld van hoe indrukwekkend dit vroeger moet geweest zijn.
Het viel ons op dat dit veel mooier en fotogenieker is dan het Kraton. En telkens als we dachten dat we alles gezien hadden, bleek er nog een nieuw stuk verscholen te liggen, met authentieke straatjes en huizen waar mensen nog steeds wonen. Heel bijzonder om er even doorheen te dwalen. (Benieuwd naar meer details over Taman Sari? Lees onze volledige gids hier.)
Daarna besloten we terug naar ons hotel te wandelen, zonder echt een plan. Na een half uurtje wandelen, met een korte cheesecake-stop, kwamen we weer aan. Nog een duik in het zwembad, spelen met de bal, en ik probeerde ondertussen mijn iPhone-geheugen wat vrij te maken voor de honderden nieuwe foto’s die ik maak.
Alun Alun Kidul: streetfood en legendes
’s Avonds gingen we richting Alun Alun Kidul, een groot plein in het zuiden van de stad. Overdag lijkt het er vrij gewoon, maar zodra de zon ondergaat, verandert het in een bruisende plek vol streetfood, gezellige kraampjes en lokale families die samen de avond doorbrengen. Er stonden overal felverlichte fietsen en auto’s die je kan huren om rondjes mee te rijden, en er was eten in alle soorten en maten. Superleuke verrassing.
Het plein komt pas écht tot leven na zonsondergang: tientallen, zo niet honderden kraampjes verkopen er hun lekkerste streetfood. Je vindt er werkelijk alles, van gebakken banaan (pisang goreng), dim sums, saté- en inktvisspiesjes, bakso-balletjes en kebab, tot wedang ronde (een zoete gember-dessertsoep), cilok, nasi goreng, Japanse pannenkoeken, wafels, frietjes (kentang) en mie ayam. De keuze is eindeloos.
Het leukste? Je bestelt iets lekkers en ploft daarna neer op de doeken en tapijten die overal op het grasveld zijn uitgespreid. Zo eet je midden tussen de locals in een supergezellige sfeer. Noah koos weer voor zijn favoriet: gebakken banaan met chocolade en nootjes (kacang) erop. De portie was zó groot dat we er met zijn drieën van konden eten, en dat voor minder dan één euro. Ik ging voor een portie dim sums, Bram voor een kebab. Vooral de gebakken banaan en de kebab waren écht overheerlijk.
Het plein is trouwens niet alleen bekend om het eten. In het midden staan twee oude banyanbomen, en daar hoort een bijzondere legende bij. Als je er geblinddoekt tussendoor kunt lopen, ben je een puur mens, volgens een ander verhaal komt zelfs je wens uit. Veel mensen proberen het, en nog veel meer falen hilarisch.
Daarnaast rijden er na zonsondergang overal kleurrijke odong-odong cars rond: trapauto’s op ware grootte, helemaal versierd met knipperende neonlichten. Families huren ze om vrolijk rondjes over het plein te rijden.
De combinatie van lekker eten, legendes en de feestelijke sfeer maakt Alun Alun Kidul een plek die je echt niet mag missen in Yogyakarta. Wij vonden het zo gezellig dat we meteen besloten: morgen gaan we terug, want er valt nog zoveel te proeven.